Het is één van de meest gehoorde levenswijsheden.
En hij is met de beste intenties bedoeld. Ik gebruikte hem zelf ook met regelmaat.
Maar klopt deze overtuiging wel en lees verder over waarom het in leiderschap vaker schuurt dan we denken.
Want wat jij prettig vindt, is niet automatisch wat de ander nodig heeft.
Sterker nog: als leider kan die gedachte je onbewust juist in de weg zitten.
Mensen die hard werken, het beste willen voor hun team en écht proberen te helpen.
Die duidelijk zijn omdat zij zelf duidelijkheid fijn vinden.
Die ruimte geven omdat zij floreren bij vrijheid.
Die tempo maken omdat dat voor hen werkt.
Allemaal logisch.
Allemaal goed bedoeld.
En ondertussen… raakt de ander verward of juist uit verbinding, omdat het niet aansluit bij wat die ander nodig heeft.
In veel organisaties hechten we terecht veel waarde aan gelijkheid.
Iedereen dezelfde kansen, dezelfde regels, dezelfde aanpak.
In leiderschap betekent dit:
niet iedereen hetzelfde geven,
maar iedereen geven wat nodig is om te groeien.
Dat vraagt om gedifferentieerd leidinggeven.
Niet harder werken, maar scherper waarnemen. Wat werkt voor de ander?
Wat heeft deze persoon nu nodig om verder te komen?
Een stevige theoretische basis hiervoor vinden we in situationeel leiderschap.
Dit model gaat ervan uit dat effectief leiderschap afhankelijk is van twee factoren:
De kern: de mate van sturing en ondersteuning die jij geeft, stem je af op de ander.
Soms vraagt dat om:
En soms juist om:
Niet omdat jij dat prettig vindt, maar omdat het past bij de fase waarin de ander zit.
Onderzoek van onder andere Amy Edmondson laat zien hoe cruciaal psychologische veiligheid is voor leren en presteren.
Zonder veiligheid geen eigenaarschap.
Mensen nemen pas verantwoordelijkheid als ze voelen dat:
Dit ontstaat niet door harder sturen, of nog duidelijker zijn,
maar door oprechte interesse.
Niet meteen oplossen.
Niet meteen duiden.
Maar eerst begrijpen.
Dat vraagt iets van jouw inlevingsvermogen.
En soms ook van je geduld.
Veel leiders leiden onbewust vanuit hun eigen voorkeuren.
Dat is menselijk.
Als ik eerlijk ben, is dit mijn eigen grootste leerpunt geweest.
Ik nam mezelf vaak als referentie.
Dit was voor mij precies waar groei begon.
Want leiderschap gaat niet over hoe jij zou handelen,
maar over wat de ander nodig heeft om eigenaarschap te nemen.
Het vraagt dat je soms:
Gedifferentieerd leidinggeven is geen trucje.
Het is geen model dat je afvinkt.
Het is continu afstemmen:
En ja, dat is soms ongemakkelijk.
Omdat het betekent dat jij jezelf ook moet blijven onderzoeken.
Behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden?
Als vertrekpunt: prima.
Maar leiderschap begint wat mij betreft daar waar je verder durft te kijken.
Behandel de ander
zoals hij of zij nodig heeft
om te groeien.
Dat begint in de kleedkamer.
Met luisteren, nieuwsgierig blijven, reflecteren en durven twijfelen.
En het wordt zichtbaar op het speelveld.
In eigenaarschap, vertrouwen en beweging.
Wil je meer weten over hoe wij hiermee werken? -> De Be Robin aanpak
Zelf verder ontwikkelen als leider? -> Leiderschapstrainingen van Be Robin